Als je het over de feestdag zelf hebt, schrijf je Allerheiligen met een hoofdletter, net als Allerzielen. Het gaat om de naam van een kerkelijke feestdag, en zulke namen krijgen een hoofdletter, zoals Kerstmis, Pasen en Pinksteren. In 2026 valt Allerheiligen op zondag 1 november en Allerzielen op maandag 2 november, dus de komende dagen zie je beide woorden volop op kaarten, in kerkbladen en in nieuwsbrieven.
Waarom een hoofdletter?
De regel is eenvoudig: de naam van een feestdag of kerkelijke herdenking is een eigennaam en begint met een hoofdletter. 'Op 1 november is het Allerheiligen' is dus goed, en 'allerheiligen' met een kleine letter is in dit gebruik fout. Hetzelfde geldt voor Allerzielen: 'Op Allerzielen steken veel mensen een kaars aan.'
Je ziet de kleine letter vooral in snel getypte berichten en in teksten waar de schrijver het woord als gewoon zelfstandig naamwoord behandelt. Dat is begrijpelijk, want we schrijven ook 'de herfstvakantie' en 'de zomer' met een kleine letter. Maar een feestdag met een eigen naam is iets anders dan een jaargetijde of een vakantieperiode.
Wanneer schrijf je het wel met een kleine letter?
Zodra je geen feestdag bedoelt, valt de hoofdletter weg. Wie het heeft over 'alle heiligen' in het algemeen, schrijft dat in losse woorden en met kleine letters. Ook een bijvoeglijke omschrijving zoals 'de dag na de feestdag' of 'het feest van 1 november' heeft geen hoofdletter nodig, tenzij je de naam van de feestdag zelf noemt.
Handig om te onthouden: kun je er 'de feestdag Allerheiligen' van maken, dan is het de naam en krijgt het een hoofdletter. Gaat het om een algemeen begrip, dan schrijf je het gewoon met een kleine letter.
Voorbeelden uit de praktijk
- 'Op zondag 1 november is het Allerheiligen.' (de feestdag, hoofdletter)
- 'Morgen is het Allerzielen, de dag waarop we onze overledenen herdenken.' (hoofdletter)
- 'Volgende week begint de herfstvakantie al.' (geen feestdag, kleine letter)
- 'Alle heiligen worden op die dag herdacht.' (algemeen, kleine letter)
Wil je weten hoe dit zit bij andere datums rond het najaar, dan helpt de hoofdletterregels rond oktober en de herfstvakantie je op weg. Daar lees je ook waarom maanden en vakanties anders behandeld worden dan feestdagen.
Zo voorkom je de fout in je teksten
Zet in je tekstverwerker een korte lijstje met de feestdagen die je vaak gebruikt en controleer die voordat je een kaart, mail of nieuwsbrief verstuurt. Een kleine letter in een feestdagnaam valt snel op, vooral in formele berichten. Twijfel je, zoek het woord dan op in de Woordenlijst Nederlandse taal van het Instituut voor de Nederlandse Taal, daar staat het in de spelling die als juist geldt.