'Hen' of 'hun'? Zo weet je in 2026 altijd welke je moet gebruiken

'Hen' of 'hun'? Zo weet je in 2026 altijd welke je moet gebruiken

Weinig taalkwesties zorgen voor zoveel twijfel als het verschil tussen 'hen' en 'hun'. Zelfs ervaren schrijvers haken af en kiezen dan maar willekeurig. Toch is er een vaste regel die je in 2026 nog steeds houvast geeft. Als je die eenmaal doorhebt, hoef je nooit meer te gokken.

De basisregel in één zin

Gebruik 'hun' alleen als meewerkend voorwerp zonder voorzetsel. In alle andere gevallen waarin je naar personen verwijst, kies je 'hen'. Klinkt dat abstract? Met een paar voorbeelden wordt het meteen duidelijker.

"Ik geef hun een cadeau" is correct, want je geeft het cadeau aan hen, zonder dat het woordje 'aan' er letterlijk staat. Zodra het voorzetsel wél verschijnt, gebruik je 'hen': "Ik geef het cadeau aan hen." En als de personen het lijdend voorwerp zijn, kies je ook 'hen': "Ik zie hen elke dag."

De truc met 'aan' of 'voor'

Twijfel je in een zin? Probeer dan of je er 'aan' of 'voor' voor kunt zetten zonder dat de zin verandert. Kan dat, en staat het voorzetsel er niet, dan is 'hun' juist. Neem "Ik stuur hun een mail": je kunt er "aan hen" van maken, dus zonder voorzetsel is 'hun' correct. Staat er wél een voorzetsel, zoals in "met hen", "naast hen" of "door hen", dan is het altijd 'hen'.

En 'hun' als bezit?

Er is nog een derde gebruik dat los staat van deze discussie: 'hun' als bezittelijk voornaamwoord. "Dat is hun huis" en "Ze pakten hun jassen" zijn gewoon goed. Hier gaat het niet om een keuze tussen hen en hun, maar om bezit, en daar hoort altijd 'hun' bij.

Pas wel op met de fout die je veel hoort in spreektaal: "Hun hebben gelijk." Als onderwerp van de zin gebruik je nooit 'hun' en ook geen 'hen', maar gewoon 'zij' of 'ze'. Dus: "Zij hebben gelijk." Deze vergissing valt in geschreven tekst meteen op, dus die wil je vermijden.

Snel oefenen

Test jezelf met deze drie zinnen. "Ik vertel ... het nieuws" wordt 'hun', want je vertelt het aan hen zonder voorzetsel. "Ik reken op ..." wordt 'hen', want er staat een voorzetsel. En "... boek ligt op tafel" wordt 'hun', omdat het om bezit gaat. Lukken deze drie, dan heb je de regel echt te pakken.

Onthoud dus: voorzetsel of lijdend voorwerp betekent 'hen', meewerkend voorwerp zonder voorzetsel betekent 'hun', en bezit is altijd 'hun'. Met dat ezelsbruggetje schrijf je voortaan zonder aarzelen de juiste vorm, of je nu een nieuwsbericht, een sollicitatiebrief of een appje opstelt.