Drommen mensen staan om half acht bij Tivoli in de gang. Hoopvol wachten ze tot de deuren open gaan en ze de zaal in kunnen, waar over twee uur Papa Roach zal spelen. Het is erg warm in de gang en dat iedereen in het zwart gekleed is, maakt het er niet frisser op.
Twee meisjes met beiden piercings en bandshirts proberen zo dicht mogelijk bij de deur te staan. “En, ben je al zenuwachtig?” vraagt de een, waarop de ander na een korte pauze zelfverzekerd meldt: “Ikke niet”. De aanwezigen vanavond zijn bijna allemaal tussen de twaalf en de dertig. Behalve een man, die er duidelijk uitspringt door zijn zwarte baret, van waaronder wat grijze haren steken.
Dan gaat de deur open en de menigte schuifelt naar binnen, om in de garderobe de jassen en tassen af te geven. De bezoekers hebben soms gekleurde veters, polsbandjes of felgekleurd haar, welke afsteken op de zwarte kleding die zij dragen. Als je geen zwarte kleding of skatekleding draagt, dan val je in deze menigte wel op. In de hoek van de garderobe- en toiletruimte wijst een meisje haar vriendje een poster aan: “Enter Shikari: Tivoli, maandag acht oktober.” Haar vriendje, opvallend door zijn dreadlocks, zegt prompt: “Die zien we op Lowlands (festival, red) al.”
Zulke dialogen zijn veel voorkomend bij de mensen die naar Papa Roach komen kijken, want ze dragen niet alleen bandshirts, ze praten ook maar al te graag over bands en hun optredens. Naast de deur van de zaal staan veertienjarige meisjes te gillen en te springen voor een scherm. Een vrouw doet het scherm omhoog en al gauw blijkt dat daar de Papa Roach-shirts te koop zijn. Vlug dringen de meisjes naar voren om alle shirts te bewonderen.
De zaal is aardig vol om acht uur, want om kwart over acht zal voorprogramma D.O.O.A. gaan spelen. “Fuck you very much” staat op een t-shirt van een eenzame jongen in de zaal. Onzeker kijkt hij in het rond, met zijn pet zo laag dat zijn ogen nauwelijks zichtbaar zijn, wachtend op zijn vrienden. Dan valt in de menigte op dat er mensen op de grond zitten, niet vreemd, want ze willen natuurlijk zo dicht mogelijk bij het podium komen. Een van de grondzitters valt extra op, niet alleen door zijn rode shirt, maar omdat hij een vinger in zijn oor houdt en met de ander zijn mobiele telefoon tegen zijn hoofd drukt. Telefoneren wordt lastig gemaakt door de dj, die rechts van de zaal in een speciaal hokje keiharde rockmuziek draait.
Het geluid van D.O.O.A. klinkt door de speakers en de gitaristen, drummer en dj zijn al op het podium aanwezig. Twee donkere mannen, waarvan een met een opvallende geblondeerde, korte hanenkam en bijpassend baardje, rennen het podium op. “Is Tivoli in the house?” roept hij uit. Ondertussen gaat er in de buurt van de Tivoli-dj een beveiligingsman staan. Zijn flesje Extran is van twee meter afstand al te ruiken. Ondertussen doet het publiek leuk mee met de vrolijke liedjes van de Utrechtse formatie.
Datzelfde publiek stopt daar even mee als voor twee liedjes een rondborstige blondine het podium opkomt. In haar nietsverhullende outfit zingt ze een paar woorden, die er niet zuiver uitkomen. “Oe-oh-mie-oh-meij!” Als ze weer van het podium af is, zoeken de mc's van D.O.O.A. wat meer interactie met het publiek. Wanneer zij na drie kwartier spelen het podium afgaan, ontvangen zij een groot applaus van de mensenmassa in de zaal.
Papa Roach is ready to rock and roll
Tijdens de soundcheck van Papa Roach, wandelen zowel meisjes als jongens met bier en sigaretten langs. Iedereen is gezellig met elkaar aan het praten en als de dj een liedje van de bekende band System Of A Down speelt, begint het publiek plotseling mee te zingen. “Is het hier een karaoke ofzo?” roept een in het zwart gestoken meisje in een gevaarlijk kort rokje.
Niet veel liedjes erna is het dan zover: de heren van Papa Roach betreden het podium. Iedereen steekt vuisten, middelvingers en duivelskoppen (wijsvinger en pink omhoog, rest van de vingers rusten in de handpalm) in de lucht. “Are you ready to fucking rock and roll?” Schreeuwt zanger Coby Dick, die eigenlijk Jacoby Shaddix heet.
Het publiek wordt wild en het eerste liedje wordt ingezet, “Alive”, van hun vierde en laatste album. Opvallend gegeven is dat de zanger erg spastisch op het podium beweegt en zijn hand vaak in de buurt van of op zijn kruis te vinden is. Ook spuugt hij zo af en toe even over zijn linkerschouder, of zeg maar gerust na elke zin. Hij ziet er erg vrouwelijk uit, met zijn vrouwelijke kapsel en wortelbroek. De glitters op zijn zwarte shirt met doodshoofd glinsteren in het licht.
Een paar liedjes later, als ze ook wat materiaal van hun allereerste cd hebben gespeeld, daagt Jacoby de fans uit om lekker te komen stagediven. Het was hem al opgevallen dat er hier en daar wordt gecrowdsurft. Ook brengt hij soms de microfoon naar mensen uit het publiek, waarbij ze meeblèren of hun naam zeggen. Zo ook bij Dennis, waarna de zanger gilt: “Dennis, you fucking rock man!”
Wederom wordt het publiek helemaal wild, en ook on stage wordt er geheadbangt door de gitaristen en de drummer. De basgitarist zwaait zijn zweterige, bruine krullen in het rond en de mollige drummer beweegt alsof zijn leven ervan afhangt. De stijle haren van de gitarist lijken expres naar voren gekamt, want elke keer als hij uitgeheadbangt is, vallen er lange lokken precies voor zijn gezicht.
De muziek die Papa Roach speelt is hard, variërend van hardrock tot metal. Gelukkig spelen ze niet alleen liedjes van het nieuwste album, zodat de mensen die dat album nog niet kennen wel kunnen meezingen. Wanneer ze hun toegift spelen, het liedje waarmee ze bekend werden, genaamd “Last Resort”, is de zaal helemaal niet meer te stoppen. Dat kunnen de Papa Roach-aanhangers hier in Tivoli wel, hossen en keihard meebrullen: de band wordt aanbeden als goden, en dat vinden ze helemaal niet erg.